Barred Warbler, Sylvia nisoria - Grasmussen (Sylviidae)
De sperwergrasmus is één van de eerste zeldzaamheden die vanaf half augustus, nog voordat de najaarstrek echt op gang is gekomen, al aangetroffen kan worden. Vooral de Waddeneilanden zijn goede plekken om ze te zien. Doorgaans zitten ze diep verscholen in besdragende struiken, en zijn dan soms te vinden door hun roep, een ratelend, langgerekt "arrrrt-at-at-at-at-at".
Een grote grasmusachtige, ook qua postuur stevig, met lange staart en dikke nek. Vogels in Nederland betreffen bijna altijd jonge, eerste-wintervogels, die een grijsbruin uiterlijk hebben. Subtiele kenmerken zijn lichte randen aan vleugel(dek)veren, en schubben op achterflank en onderstaart. Vooral de lichte veerrand op tertials en grote dekveren (die laatste vormen een vleugelstreep) zijn goede kenmerken. Adulte vogels met grijze bovendelen en een (dof)gele iris, gebandeerde onderdelen van onderstaart tot keel en een lichtroze snavelbasis.
Roep een droge, schorre ratel, herinnerend aan machinegeweer; zang vol, melodieus, met rollende r-klanken vermengd. Lijkt op die van tuinfluiter maar is melodieuzer en gevarieerder. Vaak ook in zangvlucht.
15.5 cm, spanwijdte 23-27 cm
Man is territoriaal en heeft zangvlucht. Broedt van mei tot juli, ingewikkeld broedproces waar het mannetje zodra het vrouwtje begint met broeden een tweede vrouwtje verleidt, en soms een derde. Legsel van 3-6 eieren. Mannetje bouwt wel losse nesten, op basis waarvan vrouwtje mogelijk partner selecteert. Bouwt vervolgens het werkelijke nest, een open komvormige structuur bekleedt met spinnenwebben en de zijde van rupsencocons, goed verborgen in doornige struiken. Beide ouders broeden en verzorgen de jongen, maar het vrouwtje besteedt er meer tijd aan. Broedduur 12-13 dagen. Jongen vliegvlug in 10-11 dagen. Daarna nog 3 weken verzorgd door de ouders.
De sperwergrasmus is hoofdzakelijk te vinden in lage struiken en bosjes waar hij op zoek is naar insecten en in het najaar naar bessen van bijvoorbeeld vlier. Hij komt zelden op de grond en zit doorgaans diep verscholen in de dichte struiken. Broedt in lagere bossen en open bosranden, in houtwallen en tuinen, vaak in dichte begroeiing.
Hoofdzakelijk insecten en ongewervelden, maar in het najaar ook bessen. Jongen krijgen voornamelijk rupsen en spinnen, ouders eten veel kevers, sprinkhanen en vliesvleugeligen (bijen, wespen en mieren).
Lange-afstandstrekker. Alle vogels brengen de winter door in Oost-Afrika, met name Kenia, maar ook in Soedan, Oeganda en Tanzania. Vertrekt al uit broedgebied vanaf juli, tot eind september; de volwassen vogels vertrekken het eerst. Trekt 's nachts en alleen. Jonge vogels trekken in herfst ook westwaarts, naar West-Europa.
doortrekker in uiterst klein aantal
In Nederland fluctueren de aantallen jaarlijks. De meeste van de schaarse waarnemingen vinden plaats van half augustus-begin oktober, met als piek eind augustus-begin september.
Aantal broedparen | Geen broedvogel |
Geschat maximum aantal overwinteraars | aantal onbekend |
Doortrekkers | 1-100 (in 2008-2012) |
Bron: sovon.nl
Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.
Bron en meer waarnemingen: Waarneming.nl
Waddeneilanden, met name gebieden met lage struiken en vlier.
Broedvogel van Oost-Europa tot in Rusland.
De soort geldt wereldwijd niet als bedreigd. In Europa op een aantal plekken wel een forse achteruitgang door het verdwijnen van het aloude kleinschalige cultuurlandschap ten faveure van intensieve landbouw. Fluctuaties in populaties komen ook door weersomstandigheden. Sperwergrasmussen kunnen niet tegen een koude, natte periode in de vroege zomer.
De sperwergrasmus is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn sperwergrasmussen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de sperwergrasmus wordt in Nederland geregeld door de Omgevingswet.
De wet verbiedt het om zonder omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit:
Uitzonderingen op de vergunningplicht zijn opgenomen in de wet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) kan een omgevingsvergunning verlenen die toestaat in strijd met de verboden te handelen. Daarnaast kan de provincie (en in sommige gevallen het Rijk) vergunningvrije gevallen aanwijzen. Aan beide zijn strenge voorwaarden verbonden.
De wet bevat daarnaast algemene regels voor in het wild levende vogels:
Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen, omdat de soort slechts in beperkte mate in Nederland voorkomt.
© Foto's: AGAMI © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk © Video's: Natuur Digitaal