Goldcrest, Regulus regulus - Goudhanen (Regulidae)
De goudhaan is Europa’s kleinste vogel. Van snavel tot staartpunt meet hij slechts 9 cm, en ze wegen vaak niet meer dan 5 gram! Het is een zangvogel die vooral te vinden is in naaldbossen met lariksen en sparren. Ook al komen er grote aantallen goudhaantjes voor in ons land, ze worden in de broedtijd niet vaak gezien. Ze leven namelijk vooral in de toppen van naaldbomen. Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door hun liedje of roepjes van hoge tonen: "zrie-zrie-zrie". Door de hoge tonen zijn ze helaas minder goed te horen voor oudere mensen waarbij het gehoor wat achteruit is gegaan. Ze leven in groepjes en trekken vaak op met mezen. Goudhaantjes kunnen ontzettend tam zijn en vooral in de trektijd als er duizenden in ons land neerstrijken, zijn ze zo met voedsel zoeken bezig dat je ze soms bijna aan kunt raken.
Klein, mosgroen vogeltje met een opvallende gele kruinstreep met zwarte zijbanen. Wat ook opvalt, is het zwarte kraaloog in een witgrijs gezicht. Ze vliegen vaak rusteloos door het (naald)bos, af en toe stilhangend. Het mannetje kenmerkt zich door een duidelijke felle oranje veeg in de gele kruinstreep.
Zeer hoge tonen, die soms niet echt opvallen. Als je ze eenmaal (her)kent, hoor je het veel vaker. Zang een hoge, herhalende serie op- en neergaande tonen (4-6 keer), vaak eindigend met een korte triller. Roep een ijl en hoog "zrie-zrie-zrie".
8,5-9,5 cm
Goudhaantjes hebben een voorkeur voor naaldbos, in het bijzonder sparrenbos. De dichtheden zijn dan ook het hoogst waar veel sparrenbos te vinden is, zoals op de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en in Drenthe. Broedt hier in een komvormig nest dat met haren en veertjes is bekleed van april tot juni. In twee legsels worden elk 7-13 eieren gelegd. Na 14-17 dagen komen de eieren uit, nog 17-22 dagen later kunnen de jongen vliegen. Hierna worden de jongen nog 12-18 dagen door de ouders gevoed.
Naaldbos, in het bijzonder sparrenbos. Echter in de trektijd en in de winter zijn goudhaantjes minder kieskeurig en kunnen ze opduiken in elk willekeurig bosje, zeker als ze moe zijn.
Geleedpotigen. Over het algemeen aangepast aan kleine soorten zoals springstaarten (Collembola), bladluizen (Aphidoidea), kleine motten (Lepidoptera) en kleine spinnetjes (Araneae).
Hoofdzakelijk trekvogel, maar populaties verschuiven, zodat je ze wel het hele jaar kunt zien. Alleen in Noord-Scandinavië vertrekken alle goudhanen in de winter. De Waddeneilanden kunnen in het najaar overspoeld raken met goudhanen. In een klein struikje zitten dan soms wel tien tot vijftien goudhaantjes. De soort heeft twee grote trekroutes: één zuidwest langs de kust van Noorwegen, Denemarken en Nederland richting West- en Zuid-Europa, de ander oost van Scandinavië en de Baltische staten naar Polen en tot in de Balkan; overwintert in grote delen van Zuid-Europa inclusief de Mediterrane eilanden, maar bereikt bijna nooit Afrika. Nachttrekker. Najaarstrek september-november, voorjaarstrek maart-april.
talrijke broedvogel | jaarrond aanwezig | doortrekker en wintergast in groot aantal
Stabiel, maar strenge winters kunnen het aantal decimeren. Extra veel jongenproductie in de jaren erna compenseren de winterse verliezen.
Aantal broedparen | 44.000-74.000 (in 2018-2020) |
Geschat maximum aantal overwinteraars | 100.000-400.000 (in 2013-2015) |
Doortrekkers | 50.000-200.000 (in 2008-2012) |
Bron: sovon.nl
Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.
Bron en meer waarnemingen: Waarneming.nl
In grote bosgebieden (Veluwe, Utrechtse Heuvelrug) is de soort algemeen. Buiten het broedseizoen foerageren ze vaak in groepjes en dan ook in parken en tuinen in westen van het land.
Hoofdzakelijk trekvogel. Midden tot zuidelijk Europa.
De aantallen goudhaan kunnen fluctueren door strenge winters. De omvorming van sparrenplantages naar natuurlijker (loof)bos is ongunstig voor deze soort, maar de goudhaan geldt niet als bedreigd in Nederland.
De goudhaan is geholpen met naaldbomen. Brengen in de winter zo nu en dan een bezoek aan vetbollen. Ook speciale vetblokken met 'ingebakken' insecten zijn succesvol bij veel vogelsoorten. De aanwezigheid van enkele sparrenbomen (fijnspar, douglasspar, zilverspar of sitkaspar) vergroten sterk de kans op aanwezigheid van zowel goudhaan als vuurgoudhaan, vooral in de oostelijke helft van Nederland.
De goudhaan is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn goudhanen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de goudhaan wordt in Nederland geregeld door de Omgevingswet.
De wet verbiedt het om zonder omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit:
Uitzonderingen op de vergunningplicht zijn opgenomen in de wet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) kan een omgevingsvergunning verlenen die toestaat in strijd met de verboden te handelen. Daarnaast kan de provincie (en in sommige gevallen het Rijk) vergunningvrije gevallen aanwijzen. Aan beide zijn strenge voorwaarden verbonden.
De wet bevat daarnaast algemene regels voor in het wild levende vogels:
De wet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te laten zijn. De nestbescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Nesten van goudhanen zijn alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen.
© Foto's: AGAMI © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk © Video's: Natuur Digitaal